Biewildered


Zum kotzen
18 januari 2010, 11:43
Filed under: ballast en bagger

Ik ontsnap er maar niet aan. Vreemde buren. Gekke buren. Beter een goede buur dan een verre vriend. Het klopt. Verre vrienden zat.
Ik kruis de huisbaas, die tevens mijn onderbuur is, op de trap. Dat ik op zijn minst mij had kunnen verontschuldigen! Ik heb geen idee waar hij het over heeft. Dat heb ik bij hem wel vaker. Hij spreekt Frans met een dik Portugees accent en hoe zeer ik mijn best ook doe om in zijn woordenbrij aparte woorden te ontwaren, ik ben snel elke spoor bijster en tracht me dan op zijn lichaamstaal te concentreren in de hoop daar de gepaste reactie van mijnentwege uit af te leiden. Ik meen plots het woord ‘vomi’ te ontwaren uit de verbale diarree en er begint mij iets te dagen.
Twee dagen eerder had ik verbijsterd staan kijken naar wat ik zag liggen op de vensterbank van mijn slaapkamer. Mijn appartement heeft een L-vorm en de ene helft ligt een beetje lager dan de andere wat maakt dat ik bij mezelf kan binnenkijken. De sneeuw die aan de achterkant van het gebouw nog onberoerd is omdat niemand er bij kan heeft een dikke oranje streep door de rekening gekregen die loodrecht naar beneden loopt. Op de vensterbank van mijn slaapkamerraam ligt een hoopje waarin twee velletjes keukenrol kleven. Het is keukenrol met beertjes die aan het poetsen zijn. Aan de rand van de vensterbank hangen gele en rode stalagtietjes, een verdieping lager heeft het platte dak de val van de hoop kots gebroken. Want dat blijkt het bij nader inzien te zijn. Ordinair braaksel. Het raam op de derde verdieping is het raam van de keuken van mijn hysterische buurvrouw met een drankprobleem. Het kan niet anders dan dat dit het gevolg is van een van haar bacchanalen. Ik zie het tafereel voor me: volgens haar berekeningen haalt ze toch het toilet niet, de pompbak staat vol afwas. Raampje open en hop. Ik kan me zelfs de tijdelijke opluchting voorstellen die ermee gepaard moet zijn gegaan. Ik sta zeker een kwartier door het raam te staren. Het vriest dat het kraakt dus de enige manier om dit goedje op te ruimen is er kokend water op te gieten. Ik krijg er mezelf niet toe het raam nog maar te openen.
Ik overweeg even woedend naar mijn huisbaas te stappen met het verzoek mijn bovenburen eruit te zwieren. Maar ik ben geen ‘balance’, nooit geweest. Of moet ik mijn pas verworven skills in geweldloze communicatie maar eens uittesten op een nieuw publiek? Gedecideerd gaan aankloppen met de mededeling dat dit nu het perfecte moment is om het boeltje bij mij te komen schoonmaken. Ik maak mezelf maar iets wijs. Ik ben een broekschijter die nu en dan een dapper moment kent en ik voel de opstoot van woede al bij me wegebben. Ik heb geen talent voor gramschap.
En nu word ik hier, terwijl ik de sneeuw van mijn mouwen schud en uit mijn schoenzolen stamp, beticht van baldadigheden van het onfrisse soort. Er wordt mij een rock’n roll toegedicht die ik nooit zal hebben. Ik snuif geen cocaïne. Ik pap niet op de juiste feestjes met de verkeerde mannen aan. Ik kots niet uit een raam.

Ik tracht de oude man te overtuigen van mijn onschuld door het sporenonderzoek aan te halen dat mijn onschuld moet bewijzen: “Die spatten op mijn keukenraam, die zitten hoger dan mijn vensterbank.” CSI Sint-Gillis. Hoe harder ik me verdedig, hoe groter zijn argwaan wordt. Hij onderbreekt met “Bonne Année” en draait zich om. Ik kruip langzaam de trap op.

Eenmaal boven plof ik in de zetel en laat MTV door de kamer blèren. Het gebonk van het bed tegen de muur een verdieping hoger blijf ik er keihard doorheen horen.

Advertenties


johan
17 januari 2010, 11:34
Filed under: stand der dingen

De wind slaat de regen tegen de ruiten. Het zaterdagavond en ik ben nog net oud genoeg om het nachtleven onveilig te maken maar ik hou vanavond mijn stramme knieën opgetrokken op de bank. Ik zap door een boek want op de buis is toch geen bal te zien.
Over Verlaine die door Rimbaud werd verlaten, Gainsbourg die ettelijke vrouwen verliet en door Birkin een gateau van eigen deeg krijg en Jo Lemaire die daar dan op haar beurt weer over zingt. “Het lied van Verlaine via Serge Gainsbourg tot Jo Lemaire, obsederend. Verscheurend. Welk hart je ook scheurt, op een dag maak je je zakken leeg en vind je een snipper terug. Van haar, die je met blote handen brak. Je ging, snijwonden likkend.”

En dan verder een beschouwing, anno 1983, over hoe het is om uit een Vlaamsgezind nest te vallen. “Ik heb de Groep verlaten, ik leef nu alleen”.
Natuurlijk wil een mens ‘ongeknecht’ door het leven. Maar ook “ik wil niet zuur opbreken, niet elke dag een nieuwe straat op om aan een verse klaagmuur te staan…”

Eindigen doe ik met een venijnig stukje over het Ha-El-En dat een klein jaar voor mijn geboorte werd opgetekend. “Moord en verkrachting horen bij het leven en in de krant maar dan toch doorgeseind met een minimum aan respect voor de aangerichte menselijke schade.” En ook nog: “De journalisten over wie ik het heb, spelen zeer bewust stokebrand met het ‘kruisig hen’-instinct dat bij iedereen smeult.”

Als ik denk dat de wereld naar de verdoemenis is, troost het, ergens te lezen dat hij dat altijd al is geweest. Het is allemaal al eens gebeurd, bij iemand anders.

Ze zouden het moeten verplichten: het lezen van een streep Anthierens voor het slapengaan.