Biewildered


zwijgen
21 mei 2010, 18:41
Filed under: ballast en bagger

Is het de zon waar ik zo heb naar verlangd die mij overmoedig heeft gemaakt? De stofjes die mijn lichaam produceert na een half uur op een neer hossen in de ochtendgloren in het Dudenpark? De pompende beats in mijn iPod die mij daarbij aanvuren? Ik weet het niet maar ik krijg plots de kolder in de kop. En verbreek plots de jarenlange stilzwijgende verstandhouding.

Hij heeft me al in alle staten gezien: nog zat van de dag ervoor, met mijn brillenglazen die mijn kater uitvergroten, in pyjamabroek met een jas eroverheen, bezweet van het joggen, … Hij kijkt even op als ik de winkel binnenkom, knikt droog en dan niets meer. Het is een mooie grijze Turkse meneer, mijn groentenman. Hij dolt met de andere vaste klanten, geeft een knipoog aan de vrouwtjes. Maar niet met mij. Geen small talk, geen praatje over het weer.

Tenzij. Het heeft even geduurd eer ik het doorhad. Hij geeft me teveel wisselgeld. Altijd. Soms vijf eurocent maar soms ook twee euro. Dat tikt aan na al die jaren.

Vanmorgen, overweldigd door de geur van de aardbeien die ik in mijn handen had, zeg ik plots: ‘De fraises Belges fraîches, les premières, c’est signe que le printemps est finalement là!’

-‘Mademoiselle, des fraises Belges, on peut les avoir pendant toute l’année.’

Buiten op de stoep tel ik mijn wisselgeld. Het klopt tot op de eurocent.

Ik praat teveel. Ik kan de dingen niet gerust laten.

Advertenties


coupke
28 maart 2010, 16:27
Filed under: ballast en bagger

De uitdrukking komt aan als een klap in het gezicht. “Ze moet zich haasten, straks wordt ze 35 en krijgt ze haar coup de vieux”. Haar wat? Geen idee waar dit over gaat maar ik voel nattigheid.
Op een bepaalde dag zie je er jouw leeftijd uit en ben je niet meer jong. Zo gaat dat blijkbaar. ’t Kan van de ene op de andere dag gebeuren. Je gaat forever young slapen en wordt aan de andere kant van de heuvel wakker. Niet per se oud, maar zeker niet meer jong. De theorie wordt met niet mis te verstane voorbeelden gestaafd. Heb ik vanaf nu naast dat biologische moedergeklep ook nog eens een andere aftelklok die meedogenloos wegtikt terwijl ik als een hysterische MacGyver de boel tracht te ontmijnen met gejog en gesmeer…
Ik word getroost met de verduidelijking dat mannen er ook slachtoffer van zijn, en dat het soms tot je vijftigste kan duren voor je jaarringen in je gezicht worden gebeiteld. Bij mensen zonder kinderen komt het later.
Coup de vieux. Mag ik eerst nog wat coups de foudre incasseren?



merrie
27 maart 2010, 15:50
Filed under: ballast en bagger

Een echte is het. Eentje met angstzweet en hartkloppingen en happen naar adem. Nachtmerriër dan dit wordt het niet. Alsof ik terecht ben gekomen in zo’n slechte Japanse horrorprent met bleek opgemaakte vreemde kinderen en heel veel beelden die elkaar in recordtempo opvolgen en een buurman met een duister verleden. Als ik wakker schiet, slaak ik geen zucht van opluchting, maar begint de echte nachtmerrie pas echt want het ‘lijkt’ alleen maar alsof ik wakker ben. Ik zit vast in een soort van tussenstadium. Ik sta op en probeer het licht in de keuken aan te steken. In die vreemde film ‘Waking life’ heb ik geleerd dat je weet dat je nog aan het dromen bent als je het licht niet kan aansteken. Ik loop door mijn appartement maar krijg geen lamp aan. Ik probeer te schreeuwen maar er komt geen geluid uit mijn mond, ik stamp op de vloer, bonk met mijn hoofd tegen de muur om mezelf wakker te krijgen. Ik open mijn ogen en ik lig weer gewoon in mijn bed. Angstzweet. Hartkloppingen. Ik knip mijn nachtlampje aan. En niets. Ik zit nog steeds gevangen in mijn onderbewustzijn. Dat gaat nog even door tot ik op een keer het peertje zie oplichten en ik weet: dit is echt.
Al maanden heb ik last van dezelfde repetitieve nachtmerrie. Ik ben erna oprecht bang om weer te gaan slapen. De doodsangst die nog door me giert als ik wakker word,is nieuw voor mij en van een ongekende intensiteit.
Door de bank genomen ben ik geen schrikschijter. Waar ben ik eigenlijk bang van, bedenk ik stoer? Ja, hoogtes en speleologie, maar dat is van een andere orde?
Dromen kan je beter maar niet analyseren maar waarom ik recent door deze ‘night terrors’ word geplaagd, wil ik echt weten. Is dit het residu van een week hard werken en flink zijn? De onverwerkte bezorgdheid en machteloosheid die de voorbije dagen mijn deel waren?
Menig lofzang is geschreven op de nacht, maar ik snak naar het daglicht. Geef mij maar de zon in plaats van de schaduw… Alles is anders na de dageraad, de monsters onder mijn bed blijken stofpluizen, de demon die mij sart, een eerste voorjaarsmug.

Ik denk aan een zin uit die monoloog die mijn leven veranderde: “Ge moet niet bang zijn om bang te zijn, ge zijt het toch…”



onderzoek
22 maart 2010, 20:51
Filed under: ballast en bagger

• Goeiedag, ik ben van de oasis onderzoeksgroep en wij doen een onderzoek naar mensen in armoede en hun cultuurparticipatie en nu zoek ik een groep van zulke mensen om eens met hen te vragen welke drempels ze ondervinden als naar bijvoorbeeld een musea (sic) gaan. Kan u mij misschien helpen?
• Euhm, onze jongeren zijn niet arm en ze zijn ook niet echt een groep.
• ?
• Je kan rijk zijn én maatschappelijk kwetsbaar.
• ?
• Wel, als je vader een topcrimineel is bijvoorbeeld. Of als je lid bent van het koningshuis….
• Ah…
• En ik heb een beetje mijn buik vol van dit soort onderzoeken. Wat zoeken jullie eigenlijk? Of wat weigeren jullie te vinden? Als mensen niet de kans krijgen om te participeren aan deftig onderwijs, als er voor hen geen leuke huizen zijn en als ze het perspectief van een goede job mogen uit hun hoofd zetten, en hen voortdurend het signaal wordt gegeven dat ze er niet écht bijhoren, zou het dan niet al te gek zijn als ze plots wel naar al die middenklasse cultuurtempels zouden gaan?
• Wij doen dat ook maar voor een opdrachtgever mevrouw…
• Dan wens ik u nog een prettige namiddag!



Zum kotzen
18 januari 2010, 11:43
Filed under: ballast en bagger

Ik ontsnap er maar niet aan. Vreemde buren. Gekke buren. Beter een goede buur dan een verre vriend. Het klopt. Verre vrienden zat.
Ik kruis de huisbaas, die tevens mijn onderbuur is, op de trap. Dat ik op zijn minst mij had kunnen verontschuldigen! Ik heb geen idee waar hij het over heeft. Dat heb ik bij hem wel vaker. Hij spreekt Frans met een dik Portugees accent en hoe zeer ik mijn best ook doe om in zijn woordenbrij aparte woorden te ontwaren, ik ben snel elke spoor bijster en tracht me dan op zijn lichaamstaal te concentreren in de hoop daar de gepaste reactie van mijnentwege uit af te leiden. Ik meen plots het woord ‘vomi’ te ontwaren uit de verbale diarree en er begint mij iets te dagen.
Twee dagen eerder had ik verbijsterd staan kijken naar wat ik zag liggen op de vensterbank van mijn slaapkamer. Mijn appartement heeft een L-vorm en de ene helft ligt een beetje lager dan de andere wat maakt dat ik bij mezelf kan binnenkijken. De sneeuw die aan de achterkant van het gebouw nog onberoerd is omdat niemand er bij kan heeft een dikke oranje streep door de rekening gekregen die loodrecht naar beneden loopt. Op de vensterbank van mijn slaapkamerraam ligt een hoopje waarin twee velletjes keukenrol kleven. Het is keukenrol met beertjes die aan het poetsen zijn. Aan de rand van de vensterbank hangen gele en rode stalagtietjes, een verdieping lager heeft het platte dak de val van de hoop kots gebroken. Want dat blijkt het bij nader inzien te zijn. Ordinair braaksel. Het raam op de derde verdieping is het raam van de keuken van mijn hysterische buurvrouw met een drankprobleem. Het kan niet anders dan dat dit het gevolg is van een van haar bacchanalen. Ik zie het tafereel voor me: volgens haar berekeningen haalt ze toch het toilet niet, de pompbak staat vol afwas. Raampje open en hop. Ik kan me zelfs de tijdelijke opluchting voorstellen die ermee gepaard moet zijn gegaan. Ik sta zeker een kwartier door het raam te staren. Het vriest dat het kraakt dus de enige manier om dit goedje op te ruimen is er kokend water op te gieten. Ik krijg er mezelf niet toe het raam nog maar te openen.
Ik overweeg even woedend naar mijn huisbaas te stappen met het verzoek mijn bovenburen eruit te zwieren. Maar ik ben geen ‘balance’, nooit geweest. Of moet ik mijn pas verworven skills in geweldloze communicatie maar eens uittesten op een nieuw publiek? Gedecideerd gaan aankloppen met de mededeling dat dit nu het perfecte moment is om het boeltje bij mij te komen schoonmaken. Ik maak mezelf maar iets wijs. Ik ben een broekschijter die nu en dan een dapper moment kent en ik voel de opstoot van woede al bij me wegebben. Ik heb geen talent voor gramschap.
En nu word ik hier, terwijl ik de sneeuw van mijn mouwen schud en uit mijn schoenzolen stamp, beticht van baldadigheden van het onfrisse soort. Er wordt mij een rock’n roll toegedicht die ik nooit zal hebben. Ik snuif geen cocaïne. Ik pap niet op de juiste feestjes met de verkeerde mannen aan. Ik kots niet uit een raam.

Ik tracht de oude man te overtuigen van mijn onschuld door het sporenonderzoek aan te halen dat mijn onschuld moet bewijzen: “Die spatten op mijn keukenraam, die zitten hoger dan mijn vensterbank.” CSI Sint-Gillis. Hoe harder ik me verdedig, hoe groter zijn argwaan wordt. Hij onderbreekt met “Bonne Année” en draait zich om. Ik kruip langzaam de trap op.

Eenmaal boven plof ik in de zetel en laat MTV door de kamer blèren. Het gebonk van het bed tegen de muur een verdieping hoger blijf ik er keihard doorheen horen.



consumptie
3 mei 2009, 11:32
Filed under: ballast en bagger

Er zijn mieren met een grotere blaas dan de mijne, denk ik, terwijl ik met de benen over elkaar haltes aftel. Hoe komt het toch dat ik de op de trein altijd naar het toilet moet?

Misschien omdat je altijd een blikje uit een automaat haalt voordat je op de trein stapt?

Hmmm. Daar zit iets in…

Die crisis. Aan mij zal het niet liggen. Wat ik jaarlijks in automaten in stations en andere wachtvertrekken pomp, dat moet een fortuin zijn. Ik doe mijn best om het af te leren maar ik ben een consumptiejunkie. Ik moet altijd op iets kauwen, van iets drinken, aan iets prullen, iets lezen, iets beluisteren.

Geen idee hoe groot de innerlijke leegte is, die ik moet vullen, waar die bodemloze put vandaan komt maar ik koop me weg door mijn maandloon om de vide te vullen. In tijden van downseizen en degrowth wissel ik mijn kleingeld dagelijks in tegen roze slierten en Curlywurly’s en Red Cherry Stimorol en Galak Popri en zakken Hula Hoops en ik heb deze maand al twee keer de Story gekocht. Dat laatste, maak ik mezelf wijs, uit semiprofessionele interesse.



eend
29 april 2009, 15:01
Filed under: ballast en bagger

Wij kaarten na, na de lunch, als plots onze aandacht wordt getrokken door een eend die het drukke kruispunt wil oversteken en vastberaden richting Noordstation waggelt. Op zich niet spectaculair, ware het niet dat ze twaalf kuikens in haar kielzog heeft die weinig gedisciplineerd achter haar aan sjokken. Het lijken wel maatschappelijk kwetsbare eendejongen.
Een man met een sigaret in de mond helpt hen de middenberm op en zij trekt verder richting volgende straat. ‘We moeten ze redden’, zegt T. en ze heeft haar jas al uit om over de eend te gooien. ‘Ze kunnen toch in jouw fietstassen?’ Ik ben geen held met dieren, zo blijkt en sta wat aan het stuur van mijn fiets te prullen. De stad valt even stil als een kuiken onder een auto schuilt en omstaanders kijken toe hoe er eentje door het oog van de naald kruipt. Even later zit een grote eend in mijn linkerfietszak en de kuikens in de rechter. Een Latinofamilie die dit duidelijk nog gedaan heeft, had ze in een handomdraai te pakken. Bij de kinderboerderij geeft een man wat uitleg over de blauwe hals en wilde eenden en vogelpest. Hier zijn ze dus niet welkom. Tja, dan maar naar het kanaal?
Net als we staan te overleggen of dit wel de juiste plek is en of ze hier aanwal kunnen, beslist moeder eend zelf dat het wel welletjes is geweest en fladdert van de fietszak recht het kanaal in. Ook ik gooi er enkele kleintjes achterna. Het zachtste dat ik ooit in mijn handen hield. De havenwachter verzekert ons ervan dat het allemaal in orde komt en wij besluiten hem te geloven.

‘Gek toch, hoe de ‘noodzaak’ het soms overneemt, je kan niet anders dan die beestjes redden’, zegt T. ‘Zou dat ook zo zijn als je een kind hebt? Zorg, zorg, zorg en dat alleen dat nog telt?’ Ik zwijg en vraag me af of wij dat op onze leeftijd niet uit eerste hand horen te weten.